
'De kapitaalbuffers van banken zijn verhoogd tot boven de 10 procent'; next. checkt 
NRC.NEXT
27 mei 2015 woensdag
Section: Weten
 Robin Bruggeman en Joost Vormeer
 Dat zei oud-bankier en oud-minister Onno Ruding tegen journalist Joris Luyendijk in Buitenhof 
Voor veel mensen is de financiële sector net zo ingewikkeld als toegepaste kernfysica. Derivaten als futures, opties en swaps, valutakoersen die gemanipuleerd kunnen worden, wie snapt het nog? 
Het laatste boek van journalist Joris Luyendijk, Dit kan niet waar zijn, geeft buitenstaanders wat meer inzicht in deze complexe wereld. 
In het programma Buitenhof ging oud-bankier en oud-minister van Financiën Onno Ruding onlangs in debat met Luyendijk. Toen het over de kapitaaleisen voor banken ging, ontstond er een discussie. Ruding beweerde dat de kapitaalbuffers voor banken enorm waren verhoogd, tot boven de 10 procent. Volgens hem hield Luyendijk - die het in zijn boek over 3 procent had - zich niet aan de feiten. De kern van de discussie gaat eigenlijk over de vraag of banken nu echt stabieler zijn dan voor de crisis. Moet de belastingbetaler straks weer bijspringen? 
Wij gaan checken of Ruding gelijk heeft dat de kapitaalbuffers inderdaad zijn verhoogd tot boven de 10 procent. 
Na de financiële crisis van 2008 besloten de centrale banken van zestig landen om nieuwe richtlijnen in te voeren. Dit leidde tot het Basel III-akkoord, dat als doel heeft om de financiële sector minder kwetsbaar te maken. Een van de afspraken is dat banken meer eigen kapitaal moeten reserveren om de gevaren van risicovolle investeringen tegen te kunnen gaan, de zogeheten kapitaalbuffers. 
Banken moeten rekening houden met een buffer van 7 procent, is vastgelegd in Basel III. Wat houdt dit precies in? Simpelweg: banken moeten kapitaalbuffers aanhouden om risicovolle investeringen mee op te kunnen vangen. Hoe meet je het risico? Je moet dan kijken naar de activa van een bank. Een woordvoerder van ING legt uit: activa zijn de bezittingen van de bank, daar tegenover staan de schulden, de passiva. Activa kunnen bestaan uit gebouwen, beleggingen in onder andere obligaties en leningen, bijvoorbeeld hypotheken. Bepaalde delen daarvan zijn relatief veilig, zoals overheidsobligaties. Andere zijn risicovoller, zoals leningen aan het MKB. 
Aan die risicovolle delen wordt vervolgens een bepaalde factor in percentages toegekend. 100 procent is zeer riskant, 0 procent is uiterst veilig. 
Een eenvoudig voorbeeld: een bank heeft EUR100.000 aan leningen uitstaan met risicofactor 20 procent en EUR100.000 aan leningen met risicofactor 50 procent. Dan is het risicodragende deel van de leningen: 0,20 x EUR100.000 + 0,50 x EUR100.000 = EUR70.000. Een bank moet dan 7 procent van EUR70.000 aan kapitaal aanhouden. 
Dus hoe risicovoller de activiteiten van een bank zijn, hoe meer eigen kapitaal daar tegenover moet staan. Grote, systeemrelevante banken moeten nog eens 1 tot 3,5 procent extra aanhouden om risico's te dekken. Een bank is 'systeemrelevant' als een faillissement grote gevolgen kan hebben voor de financiële wereld. In de praktijk gaat dit gelden voor de grote vier Nederlandse banken, ABN Amro, Rabobank, ING en SNS Reaal. Ook kan de nationale toezichthouder nog eens een extra buffer van 2,5 procent opleggen als bij een bank de uitstaande kredieten enorm toenemen. Zo kom je dus boven de 10 procent van Ruding. 
Heeft Ruding dan gelijk en zit Luyendijk ernaast? De risicoweging - het rekensommetje hierboven - is zeker niet waterdicht, zegt econoom Rens van Tilburg. De kredietcrisis is mede ontstaan doordat banken veel vrijheid hadden om zelf risico's te wegen. Daarom kent Basel III nog een andere kapitaaleis: de zogeheten leverage ratio. Dit houdt in dat een bank 3 procent aan eigen kapitaal moet aanhouden tegenover de waarde van alle bezittingen. Deze activa zijn dan niet gewogen naar risico. 
De 3 procent waar Luyendijk in zijn boek over schrijft, is gebaseerd op deze andere kapitaaleis. Ruding hanteerde de kapitaaleis voor het risicogewogen vermogen, Luyendijk de kapitaaleis voor het totale, ongewogen vermogen. 
De bewering van Ruding dat de kapitaalbuffers tot boven de 10 procent zijn verhoogd klopt, maar dat is niet het hele verhaal. Het percentage van 3 procent dat Luyendijk noemt is wel degelijk van belang. Daardoor mist Ruding een belangrijke nuance. Dat Luyendijk er met 3 procent naast zou zitten is onjuist. We beoordelen de uitspraak daarom als half waar. 
